Als je bij mij komt, zul je misschien wel denken: ‘wat moet ik met die mevrouw?’

Dat kan ik me heel goed voorstellen.

Je komt af en toe langs en je hoeft helemaal niks.

Ik heb een kamer met allemaal spulletjes. Knuffels, speelgoed, papier, verf, stiften, potloden, klei, boeken, spelletjes, een bal, stofjes, wol, rietjes en nog meer. Je mag zelf kiezen of je iets wilt doen en wat. Als je alleen in een hoekje wilt zitten, of op de grond liggen dan is dat goed. We kunnen ook een spelletje doen, je mag met speelgoed spelen, of tekenen, schilderen, kleien, knutselen. Een verhaal (voor)lezen is ook goed. We kunnen ook praten, of schrijven. En als je boos of verdrietig bent, mag je op een bal slaan of schreeuwen of huilen. En als je gek wilt doen, doen we lekker gek. Rondjes rennen, ballen, knikkeren, springen, zingen.

Ik vind niks gek of stom en je mag me alles vragen of zeggen.

En als je me iets wilt vertellen, mag jij zelf weten of je dat ook aan papa of mama of iemand anders vertelt. Ik heb met papa en mama afgesproken dat ik ze niet vertel wat jij aan mij vertelt.

‘Maar waarom ga ik dan naar je toe als ik alleen maar hoef te doen wat ik wil?’

Je hebt iets heel naars meegemaakt en daar willen je papa of mama je bij helpen. Maar misschien wil je er helemaal niet over praten of wil je ze geen verdriet doen of begrijpen ze er toch niks van. Dan is het misschien makkelijker om naar een ‘mevrouw’ te gaan die het niet erg vindt als je boos of verdrietig bent of als je gewoon helemaal niks wilt. Waar je gewoon dingen kunt doen die je fijn vindt, zonder dat je je zorgen hoeft te maken over papa of mama. En misschien ga je je dan na een tijdje weer wat fijner voelen.